Leeftijd bij het eerste delict en verloop van de criminele loopbaan
Niet iedere criminele loopbaan verloopt hetzelfde. Sommige mensen komen al jong voor het eerst met justitie in aanraking, anderen pas op volwassen leeftijd. In dit onderzoek bekeken we wat die startleeftijd zegt over de duur en omvang van de criminele loopbaan en over de kans op nieuw justitiecontact vanaf de start van de behandeling.

Doelstelling/onderwerp
Een vroege start kan wijzen op een hardnekkiger patroon.
Uit eerder onderzoek blijkt dat mensen die jong beginnen gemiddeld langer, vaker en gevarieerder delicten plegen. Over ambulante forensische cliënten was hierover nog relatief weinig bekend. Juist voor behandeling is die kennis belangrijk. Een vroeg beginnende, brede criminele loopbaan kan om een andere aanpak vragen dan delictgedrag dat pas later ontstaat.
Methodologie
We gebruikten gegevens van 1.902 ambulante forensische cliënten. Op basis van officiële justitiegegevens deelden we cliënten in naar de leeftijd bij hun eerste geregistreerde delict:
- 11 tot 15 jaar
- 16 tot 17 jaar
- 18 tot 22 jaar
- 23 jaar of ouder
- geen eerdere geregistreerde strafzaak
Vervolgens vergeleken we hun criminele voorgeschiedenis en recidive vanaf de start van de behandeling.
Voorlopige resultaten
De eerste analyses laten een duidelijke samenhang zien tussen de leeftijd bij het eerste geregistreerde delict en het verloop van de criminele loopbaan. Cliënten die al tussen 11 en 15 jaar begonnen, hadden gemiddeld meer geregistreerde delicten, een langere criminele loopbaan en een grotere variatie in delicttypen dan cliënten die later begonnen. Ook leek de kans op nieuw justitiecontact vanaf de start van de behandeling hoger bij vroege starters en lager bij cliënten die pas op volwassen leeftijd begonnen of geen eerdere registratie hadden. Deze bevindingen zijn nog voorlopig. De analyses en interpretatie worden verder uitgewerkt in een wetenschappelijke publicatie.
Voorzichtigheid bij de interpretatie
Startleeftijd is een signaal, geen oorzaak
Het onderzoek laat samenhangen zien, maar verklaart niet waarom cliënten vroeg of laat beginnen. Verschillen in psychische problematiek, sociale omstandigheden en persoonlijke kwetsbaarheid kunnen daarbij ook een rol spelen. Daarnaast gaat het om geregistreerde strafzaken. Niet ieder incident of politiecontact is daarin zichtbaar.
Afsluiting
Eerste aanwijzingen voor verschillende criminele loopbanen.
De voorlopige resultaten wijzen erop dat een vroege start samenhangt met een langere en omvangrijkere criminele loopbaan en een hogere kans op recidive. De publicatie moet verder duidelijk maken hoe sterk deze verbanden zijn en wat zij precies betekenen voor risicotaxatie en behandeling.
Betrokken onderzoekers
Joan van Horn, Mara Eisenberg, en Juliette Hutten (de Waag)

.jpg?resolution=1920x0&quality=100&type=webp)


