Verschillende contact- en non-contact SGG-plegers, verschillende risicoprofielen

Dit onderzoek keek naar dynamische risicofactoren en recidive bij drie groepen plegers van seksueel grensoverschrijdend gedrag (SGG): downloaders van kindermisbruikmateriaal, contactplegers, en plegers die beide vormen vertonen. Doel: beter begrijpen welke veranderbare risicofactoren per groep op de voorgrond staan, en wat dit betekent voor risicotaxatie en behandeling.

Doelstelling/onderwerp

SGG-plegers vormen geen homogene groep. Internationaal onderzoek suggereert dat downloaders minder antisociale kenmerken laten zien, maar vaker problemen hebben met seksuele zelfregulatie, zoals seksuele preoccupatie en seks als coping bij spanning of negatieve emoties. Bij Nederlandse ambulante forensische cliënten was hierover nog weinig bekend.

Methodologie/instrumenten

We vergeleken de drie groepen op dynamische risicofactoren uit de STABLE-2007 (o.a. sociale eenzaamheid, impulsiviteit, seksuele preoccupatie, seks als coping, seksuele deviantie, samenwerking met toezichthouders) en de samenhang met recidive. We analyseerden gegevens van 383 mannelijke cliënten, behandeld bij de Waag tussen 2011-2021 (96 downloaders, 218 contactplegers, 69 gemengd), met gemiddeld 5,3 jaar follow-up.

Resultaten

Downloaders en gemengde plegers scoorden hoger op problemen met seksuele zelfregulatie dan contactplegers, vooral bij seks als coping en seksuele deviantie. Voor andere factoren waren de groepsverschillen niet robuust. De manier waarop seksualiteit wordt gereguleerd lijkt dus het meest onderscheidend.

Tijdens follow-up recidiveerde 6,5% seksueel en 13,8% algemeen. Geen enkel STABLE-2007-item voorspelde recidive significant, mogelijk doordat het beperkte aantal recidivegevallen alleen zeer grote effecten aantoonbaar maakte.

Bij downloaders en gemengde plegers is extra aandacht nodig voor seksuele preoccupatie, seks als coping, cognitieve vervormingen en seksuele zelfregulatie. Bij contactplegers past een bredere focus op zelfcontrole, agressieregulatie en antisociaal gedrag beter. De STABLE-2007 kan relevante risicodomeinen en behandeldoelen zichtbaar maken.

Conclusie

Niet alleen het delict telt, maar ook het onderliggende risicoprofiel. Beter onderscheid tussen plegergroepen maakt risicotaxatie en behandeling gerichter afstembaar op de factoren die bij een individuele cliënt echt spelen.

Betrokken onderzoekers

Anne Maurice J. van Eck MSc, dr. Joan E. van Horn en Mara Eisenberg MSc

Keywords

Seksueel grensoverschrijdend gedrag, kindermisbruikmateriaal, downloaders, contactplegers, zedendelinquenten, dynamische risicofactoren, recidive, STABLE-2007, risicotaxatie, forensische zorg, ambulante forensische cliënten

Joan van Horn
Hoofd onderzoek de Waag
Deel dit artikel op: